Bewegen bij psychische klachten: altijd goed?

 In Gezondheid, Patiënt verhalen

Het is aangetoond dat beweging een belangrijke factor is om lichamelijk én psychisch fit te worden en te blijven. Bij mensen die hun hele leven lichamelijk (en geestelijk) actief blijven, vermindert de kans op psychische klachten met 20 tot 50 procent. Bewegen werkt tegen stress en depressieve gevoelens, en angststoornissen nemen doorgaans met bijna de helft af. Ook de kwaliteit van de slaap verbetert. Om deze reden werken we bij Vitaalpunt met Running Therapie en ‘Gezond Bewegen’ groepen.

Maar wat als je je moe, uitgeput of zelfs opgebrand voelt? Is het dan wel goed om te bewegen?

Als er sprake is van uitputting ben je verminderd belastbaar. En toch zijn er massa’s mensen die er dan nog een schepje bovenop gooien om ‘de stress eruit te werken’. Maar als er al sprake is van een situatie van uitputting, is dat niet zo’n beste strategie: de zware inspanning is in feite een nieuwe stressvolle situatie voor je lichaam. Terwijl je juist wilt herstellen en je stress systeem weer de oude wilt laten worden.

Begin daarom met laag- tot medium intensief bewegen. Luister goed naar je lichaam tijdens en na het bewegen: het is niet de bedoeling dat je enkele uren of zelfs de volgende dag nog steeds vermoeid bent van de inspanning. Dus ga bewegen, maar houd wat energie over. Zo vermijd je een negatieve invloed van (te hard of te lang) bewegen en kun je de energie gebruiken voor je herstel. Het hoeft niet hard te gaan om effectief te zijn!

Een cliënt zei ooit: “Ik voel me net een pinautomaat. Ik heb jarenlang gepind, en de automaat bleef maar geven. Ik had niet door dat ik in mijn reserves kwam (rood stond), maar op een gegeven moment kwam er geen geld meer uit de muur. Ik bleek diep in de min te staan! De volgende dag stond er weer 10 euro op mijn rekening, dus dat heb ik gepind. Maar toen was ik weer op mijn limiet van -1000! Bij Vitaalpunt heb ik geleerd om te sparen: 5 euro pinnen, 5 euro sparen, net zo lang tot ik weer in de plus stond”.

Een trainingsprogramma kan je helpen om op een juiste manier te trainen. Denk daarbij aan de variabelen duur (hoe lang ga je bewegen) en intensiteit (hoe hard ga je bewegen). Het advies in deze situatie is om korter te trainen dan je zou kunnen: je energie hoeft niet op te zijn als je stopt. Train daarbij met een maximale intensiteit van 60 tot 70% van je maximale hartslag. Deze is grofweg uit te rekenen met het sommetje ‘220 min je leeftijd’: bij iemand van 40 jaar oud is 60% dus ongeveer 108, 70% ongeveer 135. Als je rustig aan opbouwt en merkt dat je vooruit gaat, is het goed vol te houden en erg bevredigend. En vergeet niet dat bewegen ook hersteltijd vraagt: hoe intensiever de beweging, hoe langer de hersteltijd.  Later kan je meer in intensiteit gaan variëren (interval) of langduriger intensief gaan trainen. Veel succes!

Recente Blog berichten

Schrijf een reactie

Slapen kun je leren